Allemaal
allemaal
Adverbiedereen samen
- de gehele groep; alles en iedereenDe groep is enthousiast over het nieuwe plan.
- in totaal, alles samen genomenHet totaal bedrag was hoger dan verwacht.
- ook; bovendienDe aanvulling maakt het verhaal duidelijker.
allemaal
Pronomenalle mensen samen
- totaal, het geheel, voor alle betrokkenenDeze groepen zijn allemaal belangrijk voor het project.
- iedereen of alles van dezelfde soort, zonder uitzonderingIedereen moet zijn of haar huiswerk doen.
- aanvullend 'ook' of 'zelfs' in informele contextZij is niet alleen een goede zangeres, maar ook een goede danseres.