Anticipeer
uncommonZipf 2.3
werkwoord
anticiperen
Verb/ɑntisi'perən; ɑntisi'perə/infinitief
anticiperentegenwoordige tijd
anticipeeranticipeertanticiperenverleden tijd
anticipeerdeanticipeerdentegenwoordig deelwoord
anticiperendanticiperende
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.