Beent
hetbeen
Substantivlichaamsdeel
- lichaamsdeel waarmee je loopt of staat, onderdeel van het been bestaat uit bovenbeen, knie en onderbeenMijn been doet pijn na het sporten.
- bot van een mens of dier, bijvoorbeeld een kippenbotHet bot van de vis is scherp.
- deel van een meubelstuk dat het ondersteunt, zoals een stoel- of tafelpootDe meubelpoot van deze stoel is van hout gemaakt.
- deel van een broek dat het been bedektMijn broekspijp zit vast in de fietsketting.
hetbeen
Substantivbot van dier
- lichaamsdeel waarmee je loopt of staat, onderdeel van het onderlichaamMijn been doet zeer na de lange wandeling.
- langwerpig deel van een meubelstuk dat het blad of de zitting ondersteuntDit meubel heeft dunne benen.
- bot van een dier of mens, bijvoorbeeld als voedsel of materiaalDit bot komt van een koe.
- deel van een kledingstuk dat het been bedekt, zoals een broekspijpDe broek heeft twee benen.
benen
Verbzijn benen
- (van een persoon) zich voortbewegen door de benen te gebruiken, lopenIk loop naar school.
- haastig of doelgericht ergens naartoe gaanIk heb haast omdat de trein zo vertrekt.
- (informeel) weggaan, vertrekkenIk vertrek om acht uur naar mijn werk.
benen
Adjektivvan been gemaakt
- van been gemaakt, bestaande uit beenDit mes is van materiaal gemaakt dat heel sterk is.
- bleek of wit van kleur, zoals beenDe jurk heeft een benen kleur.