Bezoeke
hetbezoek
Substantiviemand zien
- het komen van iemand bij een ander om die te zien of te sprekenDe ontmoeting met mijn nieuwe collega was erg prettig.
- de persoon of personen die op bezoek komenDe gasten komen om acht uur eten.
- een officieel of zakelijk bezoek aan een instelling of plaatsWe krijgen vandaag een rondleiding door de school.
- een kort verblijf ergens, vaak voor ontspanning of toerismeWe maken een uitstapje naar het strand.
bezoeken
Verbiemand opzoeken
- naar iemand of iets toegaan om die persoon of dat ding te zien of om er tijd door te brengenIk ontmoet mijn vriendin in het park.
- officieel of formeel langskomen om iets te controleren of te inspecterenDe leraar inspecteert het klaslokaal voor de les begint.
- aanwezig zijn bij een evenement of bijeenkomstIk woon de vergadering bij.
- in gedachten of herinnering terugkeren naar iets of iemandWe herdenken vandaag de slachtoffers van de oorlog.