NEDERLANDS
🇩🇪

    Bijspringen

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • bijspringen

      Verb/'bɛɪsprɪŋən; 'bɛɪsprɪŋə/

      infinitief

      bijspringen

      tegenwoordige tijd

      spring bijbijspringspringt bijbijspringtspringen bijbijspringen

      verleden tijd

      sprong bijbijsprongsprongen bijbijsprongen

      tegenwoordig deelwoord

      bijspringendbijspringende

    Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.

    Kostenlos. Kein Passwort.

    Weiterlernen