Bol
A2top5000Zipf 4.0
adjectief; zelfstandig naamwoord, enkelvoud; (doen) bol staan; rijden
bol
Adjektiv/'bɔl/stellende trap
bolbollebolsvergrotende trap
bollerbollerebollersovertreffende trap
bolstbolstede bol
Substantiv/'bɔl/enkelvoud
bolbolletjebollekemeervoud
bollenbolletjesbollekesbollen
Verb/'bɔlən; 'bɔlə/(doen) bol staan; rijden
infinitief
bollentegenwoordige tijd
bolboltbollenverleden tijd
boldeboldentegenwoordig deelwoord
bollendbollendebollen
Verb/'bɔlən; 'bɔlə/doodhameren; van de zaadbollen ontdoen
infinitief
bollentegenwoordige tijd
bolboltbollenverleden tijd
boldeboldentegenwoordig deelwoord
bollendbollende
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.