NEDERLANDS
🇩🇪

    Capituleren

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • capituleren

      Verb/kɑpity'lerən; kɑpity'lerə/

      infinitief

      capituleren

      tegenwoordige tijd

      capituleercapituleertcapituleren

      verleden tijd

      capituleerdecapituleerden

      tegenwoordig deelwoord

      capitulerendcapitulerende

    Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.

    Kostenlos. Kein Passwort.

    Weiterlernen