Chipje
dechip
Substantivhalfgeleider onderdeel
- een kleine, dunne schijf van bijvoorbeeld aardappel of een ander voedselproduct, vaak gefrituurd en gezoutenEen snack is heerlijk bij een drankje.
- een klein elektronische onderdeel van een computer of ander apparaat, dat informatie verwerkt
- verwijzing naar een klein stuk of fragment, bijvoorbeeld van een stof of materiaalIk vond een fragment van de oude tegel.
dechip
Substantivsnack van aardappel
- klein, dun stuk van een materiaal, vaak uit een electronisch apparaatDe chip in de telefoon is essentieel voor zijn functionaliteit.
- dun, krokant stuk van gefrituurd voedsel, zoals aardappelchipsEen snack kan erg lekker zijn.
- kleine chip in een kaart of ticket met informatieDe chip op de toegangspas is heel handig.
- verkleinwoord voor een chipDit nieuwe chipje is zeer efficiënt voor het apparaat.
chips
Interjektionkrokante snack
- gebruikelijk als een vertaling van de Engelse uitroep 'oops' om verbazing of spijt aan te gevenUitroep! Ik heb de verkeerde afslag genomen.
- ook gebruikt in informele contexten om teleurstelling of frustratie te uitenMijn teleurstelling was groot toen ik hoorde dat de film niet doorging.