Doodde
dood
Adjektivniet levend
- niet meer levend; gestorvenMijn opa is vorig jaar overleden.
- volledig uitgeput of zonder energieIk ben helemaal uitgeput na de marathon.
- zeer saai of oninteressantDe film was saai.
- volledig stil of zonder bewegingDe klas was stil toen de leraar binnenkwam.
dedood
Substantiveinde van leven
- het einde van het leven; het ophouden van alle levensfunctiesMijn opa is gisteren overleden.
- iets dat de ondergang of vernietiging van iets betekentDe ondergang van het Romeinse Rijk duurde eeuwen.
- een persoon of zaak die erg vermoeiend of saai isDeze film is vervelend.
doden
Verbiemand ombrengen
- een levend wezen opzettelijk het leven benemenDe man pleegde moord op zijn buurman.
- doen ophouden te bestaan, vernietigenDe brand vernietigde het hele gebouw.
- zeer vermoeien, uitputtenDe marathon heeft me helemaal uitgeput.
- een gevoel of pijn onderdrukken of verzachtenDeze crème verzacht de jeuk.