Doorvaart
uncommonZipf 2.2
gaan door; zelfstandig naamwoord, enkelvoud; verder varen
doorvaren
Verb/dor'varən; dor'varə/gaan door
infinitief
doorvarentegenwoordige tijd
doorvaartdoorvarenverleden tijd
doorvoerdoorvoerentegenwoordig deelwoord
doorvarenddoorvarendede doorvaart
Substantiv/'dorvart/enkelvoud
doorvaartmeervoud
doorvaartendoorvaren
Verb/'dorvarən; 'dorvarə/verder varen
infinitief
doorvarentegenwoordige tijd
vaar doordoorvaarvaart doordoorvaartvaren doordoorvarenverleden tijd
vaarde doordoorvaardevaarden doordoorvaardentegenwoordig deelwoord
doorvarenddoorvarende
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.