NEDERLANDS
🇩🇪

    Flaneert

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • flaneren

      Verb/fla'nerən; fla'nerə/

      infinitief

      flaneren

      tegenwoordige tijd

      flaneerflaneertflaneren

      verleden tijd

      flaneerdeflaneerden

      tegenwoordig deelwoord

      flanerendflanerende

    Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.

    Kostenlos. Kein Passwort.

    Weiterlernen