NEDERLANDS
🇩🇪

    Flapper

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • flapperen

      Verb/'flɑpərən; 'flɑpərə/

      infinitief

      flapperen

      tegenwoordige tijd

      flapperflappertflapperen

      verleden tijd

      flapperdeflapperden

      tegenwoordig deelwoord

      flapperendflapperende
    • de flapper

      Substantiv/'flɑpər/

      enkelvoud

      flapperflappertje

      meervoud

      flappersflappertjes

    Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.

    Kostenlos. Kein Passwort.

    Weiterlernen