Gebruikmakend
uncommonZipf 2.6
werkwoord
gebruikmaken
Verb/ɣə'brœykmakən; ɣə'brœykmakə/infinitief
gebruikmakentegenwoordige tijd
maak gebruikgebruikmaakmaakt gebruikgebruikmaaktmaken gebruikgebruikmakenverleden tijd
maakte gebruikgebruikmaaktemaakten gebruikgebruikmaaktentegenwoordig deelwoord
gebruikmakendgebruikmakende
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.