Gehavend
dehaven
Substantivhaven of havenplaats
- plaats waar schepen aanleggen en afmerenDe schepen afmeren in de haven.
- beschutte plaats voor schepenDe schepen vinden beschutting achter de breakwater.
- stadsdeel dat aan zee of een rivier ligt en waar goederen worden geladen of gelostDe haven ligt dicht bij de stad.
- uitbreiding van een stad aan de kust of rivier met faciliteiten voor watervervoerDe faciliteiten in de haven zijn onlangs verbeterd.
dehaaf
Substantivhaaf en haven
- een vrouw die een visser is of een visserijbedrijf heeftDe visserij is een belangrijk beroep voor vrouwen in deze regio.
- een slang of een schorpioen die in de natuur leeftDe natuur is vol verrassingen.
havenen
Verbmeervoud van haven
- ergens een haven aanleggen of inrichtenWij willen de haven inrichten voor toeristische boten.
- de haven gebruiken voor de scheepvaartDe scheepvaart naar Amsterdam is druk in de zomer.