Gezelschap
hetgezelschap
Substantivgroep mensen; gezelschap/gezelschap zijn
groep mensen
Een groep mensen die samen is op één plaats of voor één gelegenheid.
Het gezelschap in de zaal klapte na het concert.
gezelschap (aanwezigheid)
De aanwezigheid van iemand of een paar mensen bij iemand, zodat diegene niet alleen is.
Ik waardeer het gezelschap van mijn collega's tijdens de lunch.
het gezelschapin gezelschap vangezelschap houdenklein gezelschapgezelschapspel