NEDERLANDS
🇩🇪
  • Glip(de)
    Substantivkleine onopzettelijke fout
  • Glippen
    Verbontsnappen uit iemands hand of aandacht

Glippen

  • deglip

    Substantiv

    kleine onopzettelijke fout

    1. basis

      kleine onopzettelijke fout

  • glippen

    Verb

    ontsnappen; uit iemands hand of aandacht glijden

    1. ontsnappen (aan aandacht)

      Iets wordt niet opgemerkt of vergeet je even; het ontsnapt aan iemands aandacht.

      Die fout is me even geglipt.

    2. fysiek glijden of weggaan

      Iets of iemand glijdt (plots of langzaam) uit iemands hand of verdwijnt stilletjes; ook: zich ongemerkt verwijderen.

      Het glas glipte uit haar hand en viel op de grond.

    uit iemands hand glippentussen iemands vingers glippeniemand glipt wegis me gegliptdoor de mazen van het net glippen

Weiterlernen