NEDERLANDS
🇩🇪

    Groenen

    uncommonZipf 2.4

    nieuweling; zelfstandig naamwoord, enkelvoud; kleur; iets groens

    • de groen

      Substantiv/'ɣrun/

      nieuweling

      enkelvoud

      groengroentje

      meervoud

      groenengroentjes
    • de groene

      Substantiv/'ɣrunə/

      enkelvoud

      groene

      meervoud

      groenen
    • het groen

      Substantiv/'ɣrun/

      kleur; iets groens

      enkelvoud

      groengroentje

      meervoud

      groenengroentjes
    • groenen

      Verb/'ɣrunən; 'ɣrunə/

      groen worden

      infinitief

      groenen

      tegenwoordige tijd

      groengroentgroenen

      verleden tijd

      groendegroenden

      tegenwoordig deelwoord

      groenendgroenende
    • groenen

      Verb/'ɣrunən; 'ɣrunə/

      plagen

      infinitief

      groenen

      tegenwoordige tijd

      groengroentgroenen

      verleden tijd

      groendegroenden

      tegenwoordig deelwoord

      groenendgroenende

    Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.

    Kostenlos. Kein Passwort.

    Weiterlernen