Hakt
dehak
Substantivdeel van schoen
- deel van een schoen onder de hiel dat omhoogsteektMijn schoenen hebben een lage hak.
- werktuig om mee te hakken, zoals een bijl of kapmesDe hak is zwaar om mee te werken.
- scherpe of gemene opmerking gericht tegen iemandHij maakte een hak over haar kleding.
dehak
Substantivbijl of kapmes
- achterste deel van de voet onder de enkelDe hak van mijn schoen is kapot.
- verhoogd deel onder een schoenMijn schoenen hebben een lage hak.
- scherp metalen deel van een gereedschap om te hakkenDe hak van deze bijl is erg scherp.
hakken
Verbin stukken snijden
- met een scherp voorwerp in stukken verdelen door te slaanIk hak de wortels voor de stoofpot.
- met krachtige bewegingen van de voeten stampen of schoppenHij hakte hard op de grond om de modder van zijn schoenen te krijgen.
- met een hakmes of bijl een boom omzagenHij hakte de boom met een scherpe bijl.
dehak
Substantivachterkant voet
- achterste deel van een schoen onder de hielMijn hak is kapot.
- scherp metalen punt aan een gereedschap om mee te houwenDe hak van mijn bijl is erg scherp.
- een hekel aan iemand hebben, iemand niet mogenIk heb de hak op mijn broer omdat hij altijd mijn spullen pakt.