Halfje
half
Adjektivniet volledig
- 50% van een geheelDe helft van de watermeloen is nog over.
- de helft vormend van een geheel, 50% van ietsHet bord spaghetti is half opgegeten.
- gedeeltelijk, niet volledigDe taart is gedeeltelijk gebakken.
- niet volledig of gedeeltelijkDe taart is gedeeltelijk opgegeten.
half
Präpositionvoorzetsel
- gedeeltelijk, niet helemaal of in de helftDe persoon at zijn maaltijd gedeeltelijk op.
- aan duiden van een tijd of hoeveelheid die de helft minder is dan het hele getal, vaak gebruikt bij kloktijdenHet is half vier.
- tussen twee vaste afspraken of tijdsindelingen inEr is een uur tijd tussen onze afspraken.
- gebruik bij aanduiden van een plek of afstand op een route, die niet helemaal maar gedeeltelijk isDe winkel is gedeeltelijk gesloten.
hethalf
Substantiv50 procent
- de ene helft van ietsHet kind at de helft van de appel.
- de ene van twee gelijke delen van een geheelZe nam een gedeelte van de taart.
- minder dan een compleet gedeelte, vaak gebruikt in informele situaties voor etenSimple Sentence: "Geef me een half gedeelte van de taart."
- gedeeltelijke omvang of sterkteDe lamp brandt gedeeltelijk.