NEDERLANDS
🇩🇪

    Hare

    commonZipf 3.7

    voornaamwoord, bezittelijk voornaamwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud; verharen

    • haar

      Pronomen/'har/

      onderwerp

      d'rhaarheur

      meewerkend voorwerp

      d'rhaarheur

      lijdend voorwerp

      d'rhaarheur
    • de/het hare

      Substantiv/'harə/

      enkelvoud

      hare

      meervoud

      hareharen
    • haren

      Verb/'harən; 'harə/

      verharen

      infinitief

      haren

      tegenwoordige tijd

      haarhaartharen

      verleden tijd

      haardehaarden

      tegenwoordig deelwoord

      harendharende
    • haren

      Verb/'harən; 'harə/

      scherpen

      infinitief

      haren

      tegenwoordige tijd

      haarhaartharen

      verleden tijd

      haardehaarden

      tegenwoordig deelwoord

      harendharende

    Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.

    Kostenlos. Kein Passwort.