NEDERLANDS
🇩🇪

    Infecteerde

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • infecteren

      Verb/ɪnfɛk'terən; ɪnfɛk'terə/

      infinitief

      infecteren

      tegenwoordige tijd

      infecteerinfecteertinfecteren

      verleden tijd

      infecteerdeinfecteerden

      tegenwoordig deelwoord

      infecterendinfecterende

    Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.

    Kostenlos. Kein Passwort.

    Weiterlernen