NEDERLANDS
🇩🇪

    Klokken

    commonZipf 3.8

    slok; voorwerp; klokhen

    • de klok

      Substantiv/'klɔk/

      slok

      enkelvoud

      klokklokje

      meervoud

      klokkenklokjes
    • de klok

      Substantiv/'klɔk/

      voorwerp

      enkelvoud

      klokklokje

      meervoud

      klokkenklokjes
    • de klok

      Substantiv/'klɔk/

      klokhen

      enkelvoud

      klokklokje

      meervoud

      klokkenklokjes
    • klokken

      Verb/'klɔkən; 'klɔkə/

      tijd meten; als een klok vallen

      infinitief

      klokken

      tegenwoordige tijd

      klokkloktklokken

      verleden tijd

      klokteklokten

      tegenwoordig deelwoord

      klokkendklokkende
    • klokken

      Verb/'klɔkən; 'klɔkə/

      een klokkend geluid maken

      infinitief

      klokken

      tegenwoordige tijd

      klokkloktklokken

      verleden tijd

      klokteklokten

      tegenwoordig deelwoord

      klokkendklokkende

    Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.

    Kostenlos. Kein Passwort.