NEDERLANDS
🇩🇪

    Knakken

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • knakken

      Verb/'knɑkən; 'knɑkə/

      infinitief

      knakken

      tegenwoordige tijd

      knakknaktknakken

      verleden tijd

      knakteknakten

      tegenwoordig deelwoord

      knakkendknakkende
    • de knak

      Substantiv/'knɑk/

      enkelvoud

      knakknakje

      meervoud

      knakkenknakjes

    Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.

    Kostenlos. Kein Passwort.

    Weiterlernen