NEDERLANDS
🇩🇪

    Lonken

    uncommonZipf 2.7

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de lonk

      Substantiv/'lɔŋk/

      enkelvoud

      lonk

      meervoud

      lonken
    • lonken

      Verb/'lɔŋkən; 'lɔŋkə/

      infinitief

      lonken

      tegenwoordige tijd

      lonklonktlonken

      verleden tijd

      lonktelonkten

      tegenwoordig deelwoord

      lonkendlonkende

    Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.

    Kostenlos. Kein Passwort.