Minden
min
Adjektivminder goed
- kleiner dan nul, onder het nulpuntHet is min drie graden in de vriezer.
- negatief of ongunstig, vaak in beoordelingenDe leraar was min over mijn huiswerk.
- kleinste hoeveelheid of laagste waarde in een vergelijkingDit is de min mogelijke hoeveelheid suiker in de thee.
demin
Substantivtijdsduur van zestig seconden
- vrouw die een baby van een ander borstvoeding geeftDe min geeft de baby elke drie uur de borst.
min
wiskundig teken voor minder
- afkorting voor minuut, een eenheid van tijdDe trein vertrekt over vijf min.
demin
Substantivtegenovergestelde van plus
- persoon die voor geld voor een kind zorgt en het voedtDe min zorgt goed voor de baby.
min
Konjunktionouderwets voor maar
- geeft een negatieve tegenstelling aan, vergelijkbaar met 'maar niet'Ik eet graag appeltaart, min de slagroom.
demin
Substantivoude munteenheid
- teken dat een getal negatief is of een aftrekking aangeeftDit getal is min drie.
- iemand die een hekel heeft aan iemand of ietsMijn broer is een min van regenachtig weer.
minnen
Verbhouden van iemand
- gevoelens van liefde of genegenheid hebben voor iemand of ietsIk min mijn hond heel erg.
- iets graag doen of waarderen, vaak in combinatie met activiteiten of zakenIk min wandelen in het park.
minnen
Verbseks hebben met iemand
- een bedrag of aantal verminderen door aftrekIk min de kosten van de huur van mijn salaris.
- iets of iemand niet leuk vinden of afkeurenIk min haar nieuwe kapsel.