NEDERLANDS
🇩🇪

    Namaak

    commonZipf 3.5

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de namaak

      Substantiv/'namak/

      enkelvoud

      namaak

      meervoud

      namaken
    • namaken

      Verb/'namakən; 'namakə/

      infinitief

      namaken

      tegenwoordige tijd

      maak nanamaakmaakt nanamaaktmaken nanamaken

      verleden tijd

      maakte nanamaaktemaakten nanamaakten

      tegenwoordig deelwoord

      namakendnamakende

    Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.

    Kostenlos. Kein Passwort.

    Weiterlernen