Nazaten
uncommonZipf 2.4
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de nazaat
Substantiv/'nazat/enkelvoud
nazaatnazaatjemeervoud
nazatennazaatjesnazitten
Verb/'nazɪtən; 'nazɪtə/infinitief
nazittentegenwoordige tijd
zit nanazitzitten nanazittenverleden tijd
zat nanazatzaten nanazatentegenwoordig deelwoord
nazittendnazittende
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.