NEDERLANDS
🇩🇪

    Onteerde

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • onteren

      Verb/ɔnt'erən; ɔnt'erə/

      infinitief

      onteren

      tegenwoordige tijd

      onteeronteertonteren

      verleden tijd

      onteerdeonteerden

      tegenwoordig deelwoord

      onterendonterende

    Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.

    Kostenlos. Kein Passwort.

    Weiterlernen