NEDERLANDS
🇩🇪

    Overtrek

    uncommonZipf 1.8

    bekleden; overdreven voorstellen; bekleedsel; voorbijdrijven; calqueren; halen; oversteken

    • overtrekken

      Verb/ovər'trɛkən; ovər'trɛkə/

      bekleden; overdreven voorstellen

      infinitief

      overtrekken

      tegenwoordige tijd

      overtrekovertrektovertrekken

      verleden tijd

      overtrokovertrokken

      tegenwoordig deelwoord

      overtrekkendovertrekkende
    • de/het overtrek

      Substantiv/'ovərtrɛk/

      bekleedsel

      enkelvoud

      overtrekovertrekje

      meervoud

      overtrekkenovertrekjes
    • overtrekken

      Verb/'ovərtrɛkən; 'ovərtrɛkə/

      voorbijdrijven; calqueren; halen; oversteken

      infinitief

      overtrekken

      tegenwoordige tijd

      trek overovertrektrekt overovertrekttrekken overovertrekken

      verleden tijd

      trok overovertroktrokken overovertrokken

      tegenwoordig deelwoord

      overtrekkendovertrekkende

    Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.

    Kostenlos. Kein Passwort.

    Weiterlernen