Paar
hetpaar
Substantivtwee bij elkaar
- twee dingen die bij elkaar horen of samen voorkomenDe schoenen en de tas passen goed bij elkaar.
- een paar als een onafgebroken aantal van tweeIk heb een aantal vrienden in de stad.
- diminutief of schattig begrip van twee itemsDie twee vogeltjes zijn zo schattig samen.
paren
Verbverbinden samenvoegen
- twee dingen of mensen samenbrengen of laten samenkomenDe lerares probeert de leerlingen samen te brengen voor een project.
- twee overeenkomende of bij elkaar passende elementen maken of vindenDe leraar vraagt ons om de getallen te paren.
- een paar vormenDe vogels vormen vaak een paar tijdens het paarseizoen.