Piek
B1commonZipf 3.7
top; iets wat uitsteekt; lans; gulden; wrok; hatelijkheid
de piek
Substantiv/'pik/top; iets wat uitsteekt; lans
enkelvoud
piekpiekjemeervoud
piekenpiekjesde piek
Substantiv/'pik/gulden
enkelvoud
piekpiekjemeervoud
piekenpiekjesde piek
Substantiv/'pik/wrok; hatelijkheid
enkelvoud
piekmeervoud
piekenpieken
Verb/'pikən; 'pikə/prikken
infinitief
piekentegenwoordige tijd
piekpiektpiekenverleden tijd
piektepiektentegenwoordig deelwoord
piekendpiekendepieken
Verb/'pikən; 'pikə/zeilterm
infinitief
piekentegenwoordige tijd
piekpiektpiekenverleden tijd
piektepiektentegenwoordig deelwoord
piekendpiekende
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.