NEDERLANDS
🇩🇪

    Planten

    A2top5000Zipf 4.2

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de plant

      Substantiv/'plɑnt/

      enkelvoud

      plantplantje

      meervoud

      plantenplantjes
    • planten

      Verb/'plɑntən; 'plɑntə/

      infinitief

      planten

      tegenwoordige tijd

      plantplanten

      verleden tijd

      plantteplantten

      tegenwoordig deelwoord

      plantendplantende

    Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.

    Kostenlos. Kein Passwort.