Planten
A2top5000Zipf 4.2
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de plant
Substantiv/'plɑnt/enkelvoud
plantplantjemeervoud
plantenplantjesplanten
Verb/'plɑntən; 'plɑntə/infinitief
plantentegenwoordige tijd
plantplantenverleden tijd
plantteplanttentegenwoordig deelwoord
plantendplantende
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.