Pluggen
uncommonZipf 2.4
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; van een plug voorzien; promoten; aansluiten op een apparaat of stopcontact
de plug
Substantiv/'plʏx/enkelvoud
plugplugjepluggetjemeervoud
pluggenplugjespluggetjespluggen
Verb/'plʏɣən; 'plʏɣə/van een plug voorzien
infinitief
pluggentegenwoordige tijd
plugplugtpluggenverleden tijd
plugdeplugdentegenwoordig deelwoord
pluggendpluggendepluggen
Verb/'plʏɡən; 'plʏɣən; 'plʏɡə; 'plʏɣə/promoten; aansluiten op een apparaat of stopcontact
infinitief
pluggentegenwoordige tijd
plugplugtpluggenverleden tijd
plugdeplugdentegenwoordig deelwoord
pluggendpluggende
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.