NEDERLANDS
🇩🇪

    Prakkiseren

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • prakkiseren

      Verb/prɑki'zerən; prɑki'zerə/

      infinitief

      prakkiseren

      tegenwoordige tijd

      prakkiseerprakkiseertprakkiseren

      verleden tijd

      prakkiseerdeprakkiseerden

      tegenwoordig deelwoord

      prakkiserendprakkiserende

    Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.

    Kostenlos. Kein Passwort.

    Weiterlernen