NEDERLANDS
🇩🇪

    Prevaleren

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • prevaleren

      Verb/preva'lerən; preva'lerə/

      infinitief

      prevaleren

      tegenwoordige tijd

      prevaleerprevaleertprevaleren

      verleden tijd

      prevaleerdeprevaleerden

      tegenwoordig deelwoord

      prevalerendprevalerende

    Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.

    Kostenlos. Kein Passwort.

    Weiterlernen