Retours
retour
Adverbterugkeer
- terug, weer terugHij fietst terug naar huis.
- in de context van een reis of ticket, het betekent dat je van en naar een bestemming reistEen retourreis naar Parijs is altijd populair.
- met een bepaalde hoeveelheid terug te geven of terug te krijgenIk geef het boek terug aan de bibliotheek.
hetretour
Substantivterugreis
- terugreis of terugrit; een ticket voor een reis heen en terugZij willen een retourticket naar Parijs kopen.
- de staat van iets dat terugkomt of weer wordt teruggegevenHij geeft het boek terug aan de bibliotheek.
- terugbetaling of compensatie voor ietsJe kunt compensatie vragen voor de annulering van je vlucht.
deretour
Substantivterugreis
- kaartje voor een heen- en terugreisIk koop een retourticket naar Utrecht.
- terugkeer of terugkomstDe terugkeer van de producten is noodzakelijk.
- een retour in het spel of een zakelijk gesprekDe reactie van de klant was verrassend.