NEDERLANDS
🇩🇪

    Revalideren

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • revalideren

      Verb/revali'derən; revali'derə/

      infinitief

      revalideren

      tegenwoordige tijd

      revalideerrevalideertrevalideren

      verleden tijd

      revalideerderevalideerden

      tegenwoordig deelwoord

      revaliderendrevaliderende

    Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.

    Kostenlos. Kein Passwort.

    Weiterlernen