Rondom
rondom
Adverbomheen of rondom
- om... heen; aan alle kanten van ietsDe omgeving van het meer is prachtig.
- in de nabijheid van; dichtbijDe supermarkt is in de nabijheid van mijn huis.
- overal, in alle richtingenDe kinderen renden afwisselend naar alle hoeken van de speeltuin.
rondom
Präpositionprepositie voor plaats
- in de omgeving van, rondom ietsDe vogels fluiten in de omgeving.
- geheel of gedeeltelijk om iets heenDe lantaarns staan omheen het plein.
- in het algemeen, betreffend iets of iemandIn het algemeen is het belangrijk om goed te luisteren.
- in alle richtingenDe bladeren vallen in alle richtingen.