NEDERLANDS
🇩🇪

    Rouleren

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • rouleren

      Verb/ru'lerən; ru'lerə/

      infinitief

      rouleren

      tegenwoordige tijd

      rouleerrouleertrouleren

      verleden tijd

      rouleerderouleerden

      tegenwoordig deelwoord

      roulerendroulerende

    Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.

    Kostenlos. Kein Passwort.

    Weiterlernen