Samen
samen
Adverbsamen met anderen
- met elkaar, gezamenlijkWe hebben gezamenlijk een team gevormd.
- bij elkaar, in één groepDe groep vrienden ging naar de bioscoop.
- tegelijkertijd, gelijktijdigZe zongen tegelijk met de muziek.
deSame
Substantivafkomstig van generatie
- een vanzelfsprekendheid dat twee of meer dingen gelijk zijn of iets delenGelijkheid is belangrijk in een vriendschap.
- een vertegenwoordiging van iets dat niet uniek is, maar dat onder bepaalde voorwaarden samenkomtDe groep kinderen speelt in het park.