NEDERLANDS
🇩🇪

    Samenzweert

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord

    • samenzweren

      Verb/'samənzwerən; 'saməzwerə/

      infinitief

      samenzweren

      tegenwoordige tijd

      zweer samensamenzweerzweert samensamenzweertzweren samensamenzweren

      verleden tijd

      zwoer samensamenzwoerzwoeren samensamenzwoeren

      tegenwoordig deelwoord

      samenzwerendsamenzwerende

    Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.

    Kostenlos. Kein Passwort.

    Weiterlernen