NEDERLANDS
🇩🇪
  • Schamel
    Adjektivarmzalig zeer gering in hoeveelheid of
  • Schamel(de)
    Substantivlaag krukje klein bankje

Schamel

  • schamel

    Adjektiv

    armzalig; karig

    1. hoeveelheid/kwaliteit

      Zeer klein, pover of onvoldoende in hoeveelheid of kwaliteit; magertjes of karig.

      Hij kreeg een schamel loon voor al het werk.

    schamel loonschamele maaltijdschamele middelenschamele winstschamele vergoeding
  • deschamel

    Substantiv

    laag krukje, klein bankje

    1. meubilair

      Een laag, eenvoudig zitmeubel, zoals een kruk of klein bankje.

      De schamel wiebelde toen ik erop ging zitten.

    op een schamel zittenhouten schameloude schamel

Weiterlernen