deCommon Noun

Singularformen

Het zelfstandig naamwoord 'school' verwijst naar een plaats waar onderwijs wordt gegeven.

Bestimmt (de/het)
de school
"De school is dichtbij."
Unbestimmt (een)
een school
"Ik zie een school."
Ohne Artikel
school
"School begint om acht uur."

Pluralformen

De meervoudsvorm 'scholen' verwijst naar meerdere plaatsen waar onderwijs wordt gegeven.

Bestimmt (de)
de scholen
"De scholen zijn gesloten in de vakanties."
Ohne Artikel
scholen
"Er zijn veel scholen in de stad."

Verkleinerungsform

schooltje
"Het schooltje is klein."

Een schattige of kleinere versie van een school.

informeel

Häufige Komposita

  • schoolbus

    "De schoolbus komt om acht uur."

    bus die kinderen naar school brengt

  • schoolvakantie

    "De schoolvakantie begint volgende week."

    vakantie van de school

Häufige Wortkombinationen

  • naar school gaan

    "Ik ga naar school elke dag."

    Dit betekent dat je naar de school gaat om les te krijgen.

  • op school zijn

    "De kinderen zijn op school."

    Dit betekent dat de kinderen zich in de school bevinden.

Wichtige Hinweise

  • countability:'School' is een telbaar zelfstandig naamwoord, je kunt zeggen 'één school' of 'twee scholen'.
  • register:Het woord 'school' wordt in formele en informele contexten gebruikt.
  • usage:In informele situatie kan 'schooltje' een schattige of minder officiële term zijn.
  • usage:In formele contexten wordt 'school' vaak in samenstellingen gebruikt.

Dieses Wörterbuch ist KI-generiert — das einzige vollständige niederländische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.