Sluitende
sluiten
Verbdicht maken
- dichtdoen, zodat er niets meer door kanDoe het raam dicht.
- beëindigen, afrondenDe leraar beëindigt de les om drie uur.
- afspreken, overeenkomenWe komen overeen om de kosten te delen.
- omringen, insluitenDe tuin wordt omringd door een hoge muur.
sluit
Adjektivdicht zijnde
- gesloten, niet openDe winkel is gesloten.
- precies passend, zonder openingen of ruimtes ertussenDe sleutel is passend voor dit slot.
- afgesloten, beëindigd (bijv. een periode of gebeurtenis)De vergadering is afgesloten.
- goed aansluitend bij iets anders, coherentDe paragrafen in haar essay zijn coherent.