Stonden aan
aanstaand
Adjektivvolgende in tijd
- komend, binnenkort plaatsvindend of komend in de tijdDe aanstaande vergadering is morgen om drie uur.
- toekomstig, die binnenkort een bepaalde rol of functie krijgtMijn aanstaande vrouw is lerares.
deaanstaande
Substantivtoekomstige echtgenoot
- de persoon met wie iemand gaat trouwen of een relatie heeftMijn aanstaande kookt vanavond voor mij.
aanstaan
Verbingeschakeld zijn
- ingeschakeld zijn, werken (van apparaten)De lamp staat aan in de woonkamer.
- bevallen, prettig gevonden worden door iemandDeze muziek staat me erg aan.
- iemand irriteren of tegenstaanZijn luide muziek staat me aan.