Uitbouw
B1uncommonZipf 1.8
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de uitbouw
Substantiv/'œydbɔu/enkelvoud
uitbouwuitbouwtjemeervoud
uitbouwenuitbouwtjesuitbouwen
Verb/'œydbɔuwən; 'œydbɔuwə/infinitief
uitbouwentegenwoordige tijd
bouw uituitbouwbouwt uituitbouwtbouwen uituitbouwenverleden tijd
bouwde uituitbouwdebouwden uituitbouwdentegenwoordig deelwoord
uitbouwenduitbouwende
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.