Uitdokteren
uncommonZipf 2.3
werkwoord
uitdokteren
Verb/'œydɔktərən; 'œydɔktərə/infinitief
uitdokterentegenwoordige tijd
dokter uituitdokterdoktert uituitdoktertdokteren uituitdokterenverleden tijd
dokterde uituitdokterdedokterden uituitdokterdentegenwoordig deelwoord
uitdokterenduitdokterende
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.