NEDERLANDS
🇩🇪

    Uitgerust

    commonZipf 3.7

    adjectief; rusten; van het nodige voorzien

    • uitgerust

      Adjektiv/'œytxərʏst/

      stellende trap

      uitgerustuitgerusteuitgerusts

      vergrotende trap

      uitgerusteruitgerustereuitgerusters

      overtreffende trap

      uitgeruststuitgerustste
    • uitrusten

      Verb/'œytrʏstən; 'œytrʏstə/

      rusten

      infinitief

      uitrusten

      tegenwoordige tijd

      rust uituitrustrusten uituitrusten

      verleden tijd

      rustte uituitrustterustten uituitrustten

      tegenwoordig deelwoord

      uitrustenduitrustende
    • uitrusten

      Verb/'œytrʏstən; 'œytrʏstə/

      van het nodige voorzien

      infinitief

      uitrusten

      tegenwoordige tijd

      rust uituitrustrusten uituitrusten

      verleden tijd

      rustte uituitrustterustten uituitrustten

      tegenwoordig deelwoord

      uitrustenduitrustende

    Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.

    Kostenlos. Kein Passwort.