Uniforms
de/hetuniform
Substantivkledingstuk zelfde
- kleding die door leden van een bepaalde groep (zoals militairen, politieagenten of verpleegkundigen) wordt gedragen om herkenbaar te zijnDe brandweerman draagt zijn beroep met trots.
- kleding die door leerlingen op sommige scholen wordt gedragen om eenheid en gelijkheid uit te stralenMijn zus draagt elke dag haar schooluniform naar school.
- gelijkvormigheid of standaarduitvoering van ietsDeze telefoons hebben allemaal een standaard oplader.
uniform
Adjektivgelijkvormig
- overal gelijk van vorm, kleur of samenstellingDe blokjes in de speelgoeddoos zijn gelijkvormig.
- volgens vaste regels of voorschriften, zonder variatieDe kantine serveert elke dag standaard soep.
- in dezelfde kleding als anderen, vaak als onderdeel van een groep (bijv. politie, leger)De politieagenten dragen dezelfde kleding tijdens hun dienst.