NEDERLANDS
🇩🇪

    Vlieger

    B1commonZipf 3.6

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de vlieger

      Substantiv/'vliɣər/

      enkelvoud

      vliegervliegertje

      meervoud

      vliegersvliegertjes
    • vliegeren

      Verb/'vliɣərən; 'vliɣərə/

      infinitief

      vliegeren

      tegenwoordige tijd

      vliegervliegertvliegeren

      verleden tijd

      vliegerdevliegerden

      tegenwoordig deelwoord

      vliegerendvliegerende

    Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.

    Kostenlos. Kein Passwort.